Plaatsgenoot Jacob Haasnoot heeft een boek geschreven over de lotgevallen van zijn vader Cornelis Haasnoot en de koopvaardijschepen waarop deze heeft gevaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het boek wordt het belang geschetst van de inzet van de koopvaardij aan de eindoverwinning van de geallieerden. 

De rol van onze koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog is altijd onderbelicht gebleven, terwijl juist de koopvaardij de belangrijkste en meest effectieve Nederlandse bijdrage heeft geleverd aan de eindoverwinning van de geallieerden. Van die rol biedt dit boek een overzicht.

Amper 18 jaar oud monstert Cornelis begin oktober 1939 aan op zijn eerste schip. Pas in februari 1946 – zes jaar later – keert hij terug in Nederland.
Cornelis overleefde op wonderlijke wijze de dienst aan boord van tien koopvaardijschepen. Hij overleed in 1965 aan de traumatische gevolgen daarvan. Hij was pas 43 jaar oud.

De oceanen waren slagvelden. Overal dreigde gevaar. Niet of nauwelijks bewapend, werden de schepen bestookt door onderzeeërs en vliegtuigen. Ook leden bemanningsleden schipbreuk, vooral als gevolg van mijnen. Het leven van de bemanningsleden van de koopvaardij hing tijdens de oorlog aan een zijden draad.
De bemanningsleden van Nederlandse zeeschepen waren tijdens de oorlog wettelijk verplicht te (blijven) varen. Met het afkondigen van de vaarplicht begin juni 1940 werden zij ‘civiele’ frontsoldaten, zonder daar een opleiding voor te hebben genoten.

Cornelis heeft meegevaren met talrijke konvooien over de Atlantische Oceaan tussen Amerika en Engeland. Daar woedde de Battle of the Atlantic, de duikbootoorlog tegen de geallieerde konvooien. Met deze konvooien werden enorme aantallen tanks, trucks, vliegtuigen, wapens en munitie naar Engeland vervoerd. Verder levensmiddelen en graan om de Engelse bevolking en het leger te voeden.
Cornelis voer in mei 1941 ook mee met konvooi OB 318. Tijdens deze reis werd de Enigmacode buitgemaakt op een U-boot, waardoor de Duitse marineseinen door de Engelsen konden worden meegelezen. Verder deed Cornelis eind oktober 1942 mee aan de invasie van Noord-Afrika (Operatie Toorts) en begin juni 1944 op D-Day aan de invasie van Normandie (Operatie Neptune).

Het boek bevat ook een hoofdstuk over het bombarderen door de Jappen in maart 1942 van het schip van Jacob Haasnoot, de broer van Cornelis. Met een reddingsloep bereikte Jacob nog wel land, maar overleed eind augustus 1942 in een Jappenkamp. Hij was pas 22 jaar oud.  Het boek bevat foto’s van de schepen en een unieke foto van de broers, genomen in New York begin oktober 1941 tijdens havenverlof. Op dat moment lagen hun schepen gelijktijdig in de haven van deze wereldstad. Vaak verbleef men enige tijd in New York voor onderhoud of reparatie aan het schip. Het was de laatste keer dat de broers elkaar zagen. Hebben zij dat voorvoeld en daarom deze foto laten maken?

Onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering te Londen hebben ongeveer 840 Nederlandse zeeschepen in de oorlogsjaren deelgenomen aan de felle strijd om Duitsland, Italië en Japan te verslaan. Van deze Nederlandse schepen, met een totale tonnage van 2,8 miljoen registerton, zijn er in de Tweede Wereldoorlog 387 verloren gegaan: bijna de helft (46 procent) van alle schepen. In totaal zijn door vijandelijke actie 5.150 geallieerde en neutrale schepen verloren gegaan. Ongeveer 12.000 bemanningsleden waren afkomstig uit Nederland. Bij de 12.000 Nederlanders moeten nog worden opgeteld de 6.500 opvarenden van uitheemse oorsprong, hoofdzakelijk Indonesiërs. In totaal dus 18.500 opvarenden van Nederlandse schepen hebben persoonlijk de gevolgen van vijandelijke actie moeten doorstaan. Gescheiden van hun vaderland en van allen die hun dierbaar waren, hebben zij hun plicht gedaan. Ruim 2.100 Nederlandse zeelieden hebben dat vaderland en hun dierbaren nimmer terug gezien. De meesten zijn slachtoffer geworden van oorlogsactie. Van de opvarenden van uitheemse oorsprong zijn ongeveer 1.500 door oorlogsactie of andere oorzaken omgekomen. Daarbij moet worden bedacht, dat degenen die nooit het moment hebben meegemaakt waarop hun schip door een vijandelijke onderzeeboot of een vijandelijk vliegtuig werd aangevallen of op een mijn voer, wisten dat zoiets elke reis kon gebeuren, elk uur van de lange dag, elk uur van de lange nacht. Varen in oorlogstijd was een uitermate hachelijk bedrijf.

Comments

comments

DELEN