De discussie over de mogelijke komst van windmolenparken in zee langs de Nederlandse kust is bij lange na nog niet ten ruste gelegd. De Adviescommissie Milieueffectrapaortage heeft het milieueffectrapport voor de Rijksstructuurvisie ‘Windenergie op zee, aanvulling gebied Hollandse kust’ beoordeeld. Zij vindt de informatie over de gevolgen voor het landschap en de natuur nog onvoldoende en adviseert het rapport op deze onderdelen aan te vullen.

De onafhankelijke Adviescommissie MER is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van milieueffectrapporten. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken – besluit over het project. Zie ook
www.commissiemer.nl.

Het plan
De ministers van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken willen het bestaande windenergiegebied Hollandse Kust uitbreiden met een zone tussen de 10 en 12 mijl uit de kust. Hiermee worden deze gebieden geschikt voor aansluiting op het elektriciteitsnet via standaardplatforms met een capaciteit van 700 megawatt. Voordat
de ministers een besluit nemen hebben zij de milieugevolgen laten onderzoeken in een milieueffectrapport. De ministers hebben de Commissie m.e.r. gevraagd het rapport te toetsen.

Het toetsingsadvies
De aanleg van de windparken heeft landschappelijke gevolgen. De benutting van de 10-12 mijlszone heeft invloed op hoe dominant de turbines het beeld bepalen vanaf de kust. De scores op het aspect dominantie in het rapport zijn niet altijd voldoende navolgbaar. De Commissie vindt de visualisaties van de landschappelijke gevolgen van hoge kwaliteit. Wat nog ontbreekt is een visualisatie van het verschil tussen de gevolgen van het voornemen en de situatie zonder windturbines in de 10-12 mijlszone, maar mét 700 MW in het aangewezen windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) buiten de 12 mijlszone. Tijdens de aanleg kunnen er negatieve gevolgen optreden voor zeehonden en bruinvissen door het heien van windturbines. Eenmaal in gebruik kunnen door aanvaring slachtoffers onder vogels en vleermuizen ontstaan. Het rapport beschrijft maatregelen waarmee negatieve effecten op bruinvissen, zeehonden, vogels en vleermuizen beperkt kunnen worden, maar onduidelijk is nog of daarmee ook onaanvaardbare schade
aan beschermde natuur te voorkomen is.

De initiatiefnemers hebben aangegeven het milieueffectrapport op bovengenoemde onderdelen aan te vullen.

Comments

comments

DELEN