Organisaties die betrokken zijn bij de opvoeding en ontwikkeling van kinderen in Katwijk gaan de komende vier jaar intensiever samenwerken. Dit staat beschreven in de nieuwe Katwijkse Educatieve Agenda. De aanleiding hiervoor is de toenemende complexiteit van het opgroeien. Uit cijfers blijkt dat ongeveer één op de zeven jongeren in Katwijk gebruikmaakt van jeugdhulp, wat neerkomt op zo’n 1.500 tot 1.600 kinderen en jongeren. “Er wordt veel van scholen verwacht, terwijl wij niet overal bij kunnen zijn of kunnen ondersteunen,” aldus Mogens Domela Nieuwenhuis Nijegaard, bestuurder van Stichting Andreas.

Waar dat vroeger als vanzelfsprekend werd gezien, ervaren betrokkenen nu dat kinderen opgroeien in een steeds ingewikkeldere omgeving. Scholen krijgen daardoor te maken met uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken, zoals gedragsproblemen en de invloed van sociale media. Tegelijkertijd geven scholen aan dat zij deze uitdagingen niet zelfstandig kunnen oplossen. Ook de relatie tussen scholen en ouders speelt een belangrijke rol. Ouders worden tegenwoordig als kritischer en meer betrokken ervaren, wat invloed heeft op de manier waarop scholen communiceren en samenwerken. “Het is niet meer zoals vroeger, waar de school kon zeggen: ‘Wij zijn de autoriteit en dit is goed voor uw kind,’” zegt Emile Soetendal, wethouder Zorg en Welzijn.

Domela benadrukt ook de invloed van sociale media. Platforms zoals Snapchat en WhatsApp creëren een soort ‘parallel universum’ waarin veel gebeurt buiten het zicht van scholen. Dit bemoeilijkt ingrijpen wanneer dat nodig is. Veel scholen hanteren daarom een beleid waarbij telefoons thuis blijven of in kluisjes worden opgeborgen, wat over het algemeen goed functioneert.

Advertentie

De Educatieve Agenda is er voor jongeren van 0 tot 27 jaar. Dat sluit aan bij landelijke regels en bij het idee dat ook jongvolwassenen soms nog hulp nodig hebben bij school of werk. Voorheen lag de grens rond de 23 jaar, maar in de praktijk bleken jongeren vaak nog niet helemaal zelfstandig. De komende jaren ligt de focus op betere samenwerking en een soepelere overgang van school naar werk. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan het interessant maken van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

Ook kansengelijkheid is een belangrijk onderdeel van de agenda. Er wordt extra aandacht besteed aan het voorkomen en verminderen van achterstanden, vooral bij taal. Als kinderen al vroeg achterlopen, is het later moeilijk in te halen. Verder is het belangrijk dat kinderen duidelijk weten wat wel en niet kan. Duidelijke afspraken zorgen ervoor dat kinderen bij verschillende organisaties dezelfde boodschap krijgen.

De samenwerking tussen alle partijen is geregeld met vaste overlegmomenten, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau. De inzet van extra middelen en gezamenlijke inspanningen van alle partners wordt jaarlijks gevolgd aan de hand van indicatoren, met een eindevaluatie na vier jaar om de voortgang te beoordelen.