Een positief besluit van de Katwijkse gemeenteraad over de komst van Eli Lilly betekent nog niet dat de Amerikaanse medicijnfabrikant zijn fabriek daadwerkelijk in gebruik mag nemen. Voor de productie is later een afzonderlijke milieuvergunning nodig, waarbij opnieuw naar de gevolgen voor het milieu wordt gekeken. Daarbij kan alsnog een milieueffectrapportage worden vereist en kan in het uiterste geval blijken dat de activiteiten niet kunnen worden vergund.
Dat werd duidelijk tijdens de raadscommissie over de onafhankelijke onderzoeken naar de geplande vestiging van Eli Lilly in Zijlhoek De Woerd. De gemeenteraad moet uiteindelijk een bindend advies geven over de vergunning die nu voorligt. Volgens Van Mullem van Omgevingsdienst West-Holland is het belangrijk onderscheid te maken tussen die procedure en de vergunning die later nog nodig is.
‘Deze vergunningaanvraag gaat alleen over de ruimtelijke inpassing en de gebouwen die daar gebouwd mogen worden’, legde Van Mullem uit. Hij omschreef het als toestemming om ‘lege dozen’ neer te zetten. ‘Het gaat niet over de machines die erin komen, de sprinklerinstallaties, noem maar op. Het gaat ook niet over de milieubelastende activiteiten die daar uitgevoerd gaan worden.’
Tweede toets
Juist die tweede procedure kreeg veel aandacht van de commissieleden. Eli Lilly moet voor het daadwerkelijk produceren van medicijnen nog een vergunning aanvragen voor de milieubelastende activiteiten. Daarbij verschuift ook de verantwoordelijkheid. Niet de gemeente Katwijk, maar de provincie Zuid-Holland is dan het bevoegd gezag. De uitvoering daarvan ligt bij Omgevingsdienst West-Holland.
Die procedure is volgens Van Mullem geen formaliteit. De plannen worden dan gedetailleerder beoordeeld dan nu mogelijk is. ‘Dan moeten ze de hele inrichting geven. Nu hebben ze dat meer beschrijvend gegeven en dan moeten ze echt gaan specificeren wat het allemaal is.’
Ook moeten dan opnieuw onderzoeken worden uitgevoerd en beoordeeld. De uitkomst daarvan staat volgens de Omgevingsdienst niet bij voorbaat vast. ‘Het kan zijn dat uit die beoordeling van die milieuvergunning komt: nee, u moet nu een MER doen. Of: nee, het kan niet omdat bepaalde dingen toch anders blijken te zijn dan in eerste instantie.’
SGP-raadslid IJsbrand Guijt vroeg daarop rechtstreeks of het risico dus bestaat dat het plan in die latere procedure alsnog wordt tegengehouden. Het antwoord van Van Mullem was kort: ‘Ja.’
Dat betekent dat de gemeenteraad zich nu uitspreekt over een belangrijke stap richting de komst van de fabriek, maar daarmee niet definitief bepaalt of alle productieactiviteiten van Eli Lilly op deze locatie zijn toegestaan.
Zorgen over milieueffectrapportage
Vooral de vraag of een milieueffectrapportage, een MER, moet worden gemaakt, leidde tot veel vragen. Onder meer CDA, ChristenUnie, VVD en DURF vroegen om uitleg.
Voor de vergunning die nu wordt behandeld is volgens de Omgevingsdienst beoordeeld of zo’n rapportage noodzakelijk is. Dat is niet het geval.
Volgens Van Mullem waren er aanvankelijk punten waarop de informatie onvoldoende was, maar kon uiteindelijk worden ingestemd met de conclusie dat een MER niet nodig is. Ook na aanpassingen naar aanleiding van de onafhankelijke second opinion bleef dat oordeel overeind.
‘We hebben gewoon de procedure gevolgd zoals die normaal gevolgd wordt’, zei Van Mullem. ‘Op basis van rapportages die er liggen hoeft het niet. Want we verwachten geen negatief milieueffect.’
De second opinion van onderzoeksbureau Haskoning geeft volgens hem geen aanleiding om daar nu anders over te denken. ‘Haskoning heeft nu een second opinion gedaan en die geeft eigenlijk aan: u heeft uw werk goed gedaan.’
Vrijwillig onderzoek
CDA-raadslid Maarten Souverijn vroeg of het, los van de juridische noodzaak, niet verstandig zou zijn toch een MER te laten uitvoeren vanwege de zorgen die onder inwoners leven.
Van Mullem gaf aan dat bedrijven soms vrijwillig zo’n procedure doorlopen. ‘Het zou best wel mogelijk kunnen zijn dat we tegen Lilly zeggen: willen jullie vrijwillig dat doen in het kader van de aanvraag?’
Zo’n onderzoek kan echter niet meer als verplicht onderdeel aan de huidige procedure worden toegevoegd. Volgens Van Mullem kost een MER bovendien meer tijd en wordt daarbij ook de Commissie voor de milieueffectrapportage betrokken.
Samantha Haasnoot van de ChristenUnie wilde weten of de gemeente Eli Lilly alsnog kan verplichten tot zo’n onderzoek. Dat kan volgens Van Mullem niet wanneer uit de formele beoordeling volgt dat het niet noodzakelijk is. ‘Vraag staat vrij. Ze kunnen ook nee zeggen, want het is vrijwillig.’
Bij de latere milieuvergunning ligt dat anders. Dan moet opnieuw worden bepaald of een MER noodzakelijk is.
Hoogheemraadschap wil nieuwe beoordeling
Opvallend was dat ook de positie van het hoogheemraadschap ter sprake kwam. DURF-raadslid Eduard Schuurman wees erop dat het hoogheemraadschap zich over een MER heeft uitgesproken.
Van Mullem zei daarover contact te hebben gehad met het hoogheemraadschap. Nadat hij had uitgelegd waarom een MER volgens de Omgevingsdienst in de huidige fase niet noodzakelijk is, zou daar begrip voor zijn geweest. Voor de volgende fase ligt dat anders.
‘Toen begrepen ze wel dat dat in deze fase niet kon, maar ze gaven ook aan: we willen het eigenlijk in de volgende fase wel.’
Gemeente raakt bevoegdheid deels kwijt
Wanneer de fabriek daadwerkelijk in gebruik wordt genomen, verandert ook de positie van de gemeente Katwijk. Voor de milieubelastende activiteiten wordt de provincie bevoegd gezag. De provincie heeft de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving gemandateerd aan Omgevingsdienst West-Holland.
Voor water ligt de verantwoordelijkheid bij het hoogheemraadschap. Dat geldt onder meer voor de kwaliteit van afvalwater en de voorwaarden waaronder dat op oppervlaktewater mag worden geloosd.
Haasnoot vroeg wat er gebeurt als de fabriek eenmaal draait en normen worden overschreden. Volgens Van Mullem kan dan een handhavingstraject volgen. Afhankelijk van de ernst van een overtreding kan een bedrijf eerst worden gewaarschuwd en tijd krijgen om de situatie te herstellen. Daarna kunnen onder meer een last onder dwangsom en uiteindelijk bestuursdwang volgen.
De gemeente heeft op dat moment formeel geen bevoegdheid meer over de provinciale milieuvergunning. ‘Formeel heeft de gemeente ten opzichte van Lilly als lokaal bevoegd gezag geen bevoegdheden.’
Volgens Van Mullem betekent dat niet dat Katwijk buiten beeld verdwijnt. De Omgevingsdienst verwacht bij zaken die gevolgen kunnen hebben voor de omgeving wel contact te houden met de gemeente.
Minimaal jaarlijks controle
Ook het toezicht op een draaiende fabriek kwam ter sprake. Haasnoot wilde weten hoe vaak controleurs bij Eli Lilly langs zouden gaan.
Volgens Van Mullem wordt daarbij gewerkt volgens het handhavingsbeleid van de provincie en wordt onder meer gekeken naar de risico’s en het gedrag van een bedrijf. ‘In de regel is het standaarduitgangspunt dat we minimaal één keer per jaar een controle doen.’
Bij een nieuw bedrijf verwacht hij in het begin vaker controles. Ook kunnen andere organisaties worden betrokken, bijvoorbeeld voor de brandveiligheid. Een deel van de controles wordt aangekondigd, bijvoorbeeld wanneer toezichthouders bepaalde documenten en certificaten willen bekijken. Andere controles kunnen onaangekondigd plaatsvinden.
‘Als de omgeving ergens last van heeft, bijvoorbeeld geluid, dan kan je bij ons gewoon een klacht indienen’, zei Van Mullem. In zo’n geval ligt een aangekondigd bezoek niet voor de hand. ‘Dan zullen we dat niet aan het bedrijf gaan zeggen van: we komen nu langs. Want dan weten we meteen dat het stil is.’
Nog geen eindpunt
De vergadering maakte daarmee vooral duidelijk dat het komende raadsbesluit een belangrijke, maar niet de laatste juridische horde voor Eli Lilly is. De gemeenteraad beoordeelt of de fabriek ruimtelijk op de beoogde locatie kan worden toegestaan. Over de daadwerkelijke productie en de daarbij behorende milieubelasting volgt later nog een afzonderlijk traject.
Dat onderscheid is ook financieel van belang. Guijt vroeg wethouder Mostert wat er met de afspraken met het Rijk gebeurt wanneer Katwijk instemt, maar Eli Lilly later geen milieuvergunning krijgt.
Volgens Mostert is dat in de overeenkomst geregeld. De financiële bijdragen van het Rijk zijn gekoppeld aan de daadwerkelijke vestiging van het bedrijf. Als die vestiging uiteindelijk niet doorgaat, komen ook die bijdragen niet.
Voordat de gemeenteraad een definitief besluit neemt, volgen nog meerdere bijeenkomsten. Inwoners en andere belanghebbenden kunnen woensdag 16 september inspreken. Indien nodig wordt daarvoor ook donderdag 17 september gebruikt. Het politieke debat tussen de politieke partijen staat gepland voor donderdag 24 september. De gemeenteraad neemt naar verwachting donderdag 1 oktober een besluit.




![[AUDIO] Rode kaart zorgt voor kater bij Mukhtar Suleiman na ‘knotsgekke’ bekeruitschakeling](https://www.rtvkatwijk.nl/wp-content/uploads/2026/09/JK260725IMP3350-218x150.jpg)











![[AUDIO] Rode kaart zorgt voor kater bij Mukhtar Suleiman na ‘knotsgekke’ bekeruitschakeling](https://www.rtvkatwijk.nl/wp-content/uploads/2026/09/JK260725IMP3350-80x60.jpg)