De geplande medicijnfabriek van Eli Lilly in Zijlhoek-de Woerd is volgens de Omgevingsdienst geen chemische fabriek. Dat benadrukten wethouder Gerard Mostert en een deskundige van de Omgevingsdienst woensdagavond tijdens een urenlange commissievergadering over de komst van het Amerikaanse farmaciebedrijf. De uitleg nam de zorgen bij tientallen insprekers over gevaarlijke stoffen, water, natuur, veiligheid en de omvang van het complex niet weg. Ook werd opnieuw duidelijk dat belangrijke milieuvergunningen pas in een later stadium door andere overheden worden beoordeeld.

De belangstelling voor de vergadering was groot. Vooraf hadden zich 37 mensen aangemeld om in te spreken, waarna zich aan het begin van de avond nog meer inwoners meldden. Vanwege het grote aantal kreeg iedere inspreker anderhalve minuut. De bijdragen liepen uiteen van stevige kritiek op de plannen tot hier en daar steun voor de komst van Lilly.

Een onderwerp dat gedurende de avond steeds terugkwam, was de vraag wat voor soort fabriek er nu eigenlijk in Valkenburg wordt gebouwd. Verschillende inwoners spraken consequent over een chemische fabriek en wezen daarbij op de hoeveelheden oplosmiddelen en andere stoffen die bij de productie worden gebruikt.

Advertentie

CDA-commissielid Barend Tensen vroeg het college daarom expliciet hoe de fabriek moet worden gekwalificeerd. ‘Het is geen chemische fabriek’, antwoordde wethouder Gerard Mostert. Een deskundige van de omgevingsdienst lichtte dat vervolgens toe. Volgens hem vinden binnen de productiefaciliteit voornamelijk fysische processen plaats. Stoffen worden volgens de dienst samengevoegd, maar er vinden geen chemische reacties plaats waarmee nieuwe stoffen worden gevormd. Daarom wordt de locatie volgens de Omgevingsdienst niet als chemische fabriek aangemerkt.

Dat betekent overigens niet dat er geen chemische stoffen worden gebruikt. Juist daar richtten veel insprekers hun zorgen op. Zij vroegen aandacht voor onder meer de opslag van brandbare stoffen, mogelijke emissies, afvalwater, brandveiligheid en de afstand tot toekomstige woningen.

Gevaarlijke stoffen
Ook de vraag of de fabriek onder de zwaardere regels voor bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen valt, kwam meerdere malen terug. Insprekers betwijfelden of op dit moment al voldoende bekend is welke stoffen en maximale hoeveelheden straks op het terrein aanwezig zijn.

Een van hen wees erop dat er volgens de stukken meerdere tanks met chemische stoffen komen en vroeg waarom Lilly niet onder het strengere veiligheidsregime valt. Vanuit de gemeente werd benadrukt dat op basis van de huidige aanvraag is vastgesteld dat de fabriek niet als zogenoemde ‘Seveso-inrichting’ wordt aangemerkt.

Ook Statenlid Robert Jan Vonk van de Partij voor de Dieren mengde zich in die discussie. Hij stelde tijdens zijn inspraak dat Lilly volgens de berekeningen net onder de relevante drempelwaarde blijft en waarschuwde dat toekomstige veranderingen in het productieproces opnieuw gevolgen kunnen hebben voor de beoordeling.

Voor meerdere insprekers was dat reden om te pleiten voor uitstel. Zij vinden dat de gemeenteraad pas een definitief oordeel moet geven als de volledige stoffenlijst en alle milieugevolgen bekend zijn.

Veel vergunningen komen later
Daarmee kwam een tweede belangrijk punt van de avond naar voren: de gemeenteraad beslist op 1 oktober niet over alle vergunningen die Lilly nodig heeft.

De huidige procedure gaat om de buitenplanse omgevingsplanactiviteit, de BOPA. Daarmee wordt beoordeeld of de fabriek ruimtelijk op deze locatie kan worden toegestaan. Voor onder meer de daadwerkelijke milieubelastende activiteiten en afvalwaterlozingen volgen afzonderlijke procedures.

De provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor de vergunning voor de milieubelastende activiteit. Het Hoogheemraadschap van Rijnland beoordeelt de watervergunning en afvalwaterlozingen. Voor andere onderdelen spelen eveneens andere instanties een rol. De gemeente bevestigt op haar eigen projectpagina dat na de huidige omgevingsvergunning nog een aparte milieuvergunning voor de technische installaties en het productieproces nodig is.

Dat leidde tot ongemak bij verschillende insprekers en commissieleden. Zij vroegen zich af hoe de raad nu een integrale afweging kan maken wanneer delen van de milieubeoordeling pas later plaatsvinden.

Mostert stelde daar tegenover dat de gemeente vooraf overleg heeft gehad met de verschillende bevoegde instanties. Volgens hem is beoordeeld of er zicht is op het verkrijgen van de vergunningen die later nodig zijn. De gemeente stelt bovendien dat de fabriek pas in gebruik mag worden genomen wanneer alle benodigde vergunningen zijn verleend.

813 zienswijzen
Dat de plannen veel losmaken, was al duidelijk tijdens de zienswijzeprocedure. Bij de gemeente werden 813 zienswijzen ingediend. Veel daarvan gaan volgens de gemeente over gezondheid, water, verkeer, natuur en veiligheid. De reacties leidden volgens het college tot aanvullende onderzoeken, extra uitleg en aanvullende voorwaarden.

Toch lieten meerdere insprekers woensdag weten zich niet gehoord te voelen. Zij vonden dat hun vragen niet of onvoldoende zijn behandeld.

Mostert wees erop dat de zienswijzeprocedure betrekking heeft op de BOPA. Vragen die bijvoorbeeld over een toekomstige water- of milieuvergunning gaan, kunnen volgens hem niet altijd door de gemeente worden beantwoord omdat Katwijk daarvoor niet het bevoegd gezag is.

René Slootweg van GemeenteBelangen vond die scheiding voor inwoners moeilijk te volgen. Hij wees erop dat burgers zich door een grote hoeveelheid documenten moeten worstelen en mogelijk later bij andere overheden opnieuw hun zorgen naar voren moeten brengen.

Wind op Valkenburgse Meer
Niet alleen milieu en veiligheid stonden centraal. Ook gebruikers van het Valkenburgse Meer maakten duidelijk dat de omvang van de gebouwen gevolgen kan hebben voor recreatie.

Vertegenwoordigers en leden van windsurfverenigingen vrezen dat een gebouw van tientallen meters hoog invloed krijgt op de wind op het meer. Volgens hen kan de wind op delen van het water zwakker en vlageriger worden, wat met name voor beginnende windsurfers grote gevolgen heeft.

Mostert zei dat onderzoek naar de wind onderdeel is van de stukken. Volgens hem blijken daaruit bij bepaalde windrichtingen negatieve effecten op sommige delen van het meer, terwijl op andere plekken ook andere effecten kunnen optreden. Het college zegt die gevolgen mee te nemen in de totale belangenafweging.

Tijdens de vergadering zegde de wethouder toe nog te laten nagaan in hoeverre de geplande bomen en landschappelijke inrichting in het windonderzoek zijn meegenomen.

Oud-DURF-raadslid zegt lidmaatschap op
Ook politiek leverde de avond een opvallend moment op. Oud-raadslid Midas Kroon, eerder actief voor coalitiepartij DURF, sprak zich uit tegen de plannen.

Op de vraag van GemeenteBelangen of hij zijn eigen voormalige partij ook had aangesproken op haar positie, vertelde Kroon dat het eerdere stemgedrag over het voorlopig bindend advies hem sterk had teleurgesteld. Volgens Kroon heeft dat ertoe geleid dat hij zijn lidmaatschap van DURF heeft opgezegd.

Kroon is daarmee een van de voormalige raadsleden die zich publiekelijk kritisch heeft uitgesproken over de komst van de fabriek.

Lilly: vertrouwen verdienen
Aan het einde van de lange avond kreeg ook Lilly Nederland zelf het woord. Country manager Marco Frenken zei dat het bedrijf zich voor tientallen jaren aan Katwijk wil verbinden.

‘Lilly wil een goede buur zijn voor alle Katwijkers’, zei Frenken. Hij erkende dat de vestiging vragen oproept en dat het bedrijf het vertrouwen van inwoners zal moeten verdienen. Dat moet volgens hem gebeuren door te luisteren, afspraken na te komen, veilig te werken en goed voor de omgeving te zorgen.

Later werd Frenken rechtstreeks geconfronteerd met het gebrek aan vertrouwen dat tijdens de avond naar voren kwam. Hij erkende dat hij dat wantrouwen in de zaal voelde. Volgens de Lilly-directeur kan het bedrijf dat niet met woorden alleen wegnemen. Hij zei dat vertrouwen over langere tijd moet worden opgebouwd door afspraken daadwerkelijk na te komen.

Ook reageerde Frenken op de kritiek dat Lilly mogelijk weliswaar binnen wettelijke normen blijft, maar daarbij dicht tegen grenzen aan zou zitten. Volgens hem wil het bedrijf juist voldoende afstand tot die normen houden.

Als voorbeeld noemde hij het watergebruik. Lilly wil volgens Frenken water uit het productieproces hergebruiken om de totale watervraag te verminderen. Op de gemeentelijke projectpagina staat dat Lilly vanaf de start meer dan de helft van het in het productieproces gebruikte water wil hergebruiken.

Waarom juist hier?
Frenken kreeg ook de vraag waarom een fabriek van deze omvang in Valkenburg moet worden gebouwd en niet op een groot bestaand industriegebied, bijvoorbeeld in de Rotterdamse haven.

Volgens hem zocht Lilly bewust aansluiting bij het Leiden Bio Science Park. De aanwezigheid van kennis, gespecialiseerd personeel, opleidingsmogelijkheden, infrastructuur en logistiek speelde daarbij volgens Frenken een belangrijke rol. De locatie bij Valkenburg werd vervolgens aan het bedrijf aangeboden en voldeed volgens hem aan de voorwaarden die Lilly stelde.

Tegenstanders betoogden gedurende de avond juist dat de fabriek nauwelijks onderzoeksactiviteiten krijgt en daardoor niet past bij het oorspronkelijke idee van een kennisintensief gebied. Volgens hen is de locatie vooral een grote productiefaciliteit. Frenken bevestigde tijdens de vergadering dat op de Katwijkse locatie geen grote onderzoeks- en ontwikkelingsafdeling wordt gevestigd, maar wees wel op mogelijkheden voor samenwerking met kennisinstellingen en het delen van expertise.

Besluit nadert
De gemeenteraad gaf eerder al een voorlopig positief advies over de vergunningaanvraag. De definitieve beslissing van de raad moet nog volgen.

De informatieve behandeling gaat donderdagavond 17 september verder. Commissieleden kunnen dan aanvullende vragen stellen aan het college. Daarna volgt op 24 september het oordeelsvormende debat. Op 1 oktober bespreekt de gemeenteraad het voorstel en brengt de raad het definitieve bindende advies uit. Het college neemt daarna een besluit over de omgevingsvergunning.