De gemeente Katwijk vermindert de druk op de huisvesting van statushouders door afspraken met Lisse en Hillegom, maar het CDA betwijfelt of deze voldoende opleveren. Tijdens de commissievergadering donderdag was discussie over de juridische zekerheid van de afspraken en de achterstand die Katwijk moet wegwerken. Volgens de wethouder is dat niet aan de orde. De provincie Zuid-Holland heeft de gemeente inmiddels op trede vier van de bestuurlijke interventieladder geplaatst. Als verbetering uitblijft, dreigt provinciaal ingrijpen op kosten van Katwijk.
Katwijk heeft afgesproken dat Lisse en Hillegom volgend jaar en in 2028 samen 42 statushouders huisvesten voor Katwijk. In ruil daarvoor rekent Katwijk 229 opvangplaatsen in het bestaande asielzoekerscentrum toe aan de opvangopgave van die twee gemeenten. Hillegom neemt 24 statushouders over en Lisse 18.
Onvoldoende
CDA-raadslid Jacco van Duijn zette vraagtekens bij het resultaat van de onderhandelingen. Volgens zijn berekeningen leveren de afspraken gemiddeld 21 huisvestingsplaatsen per jaar op. Dat is ongeveer twintig procent van de jaarlijkse taakstelling waarmee Katwijk de afgelopen jaren te maken had.
Van Duijn wees ook op een eerder aanbod van het ministerie om duizend extra opvangplaatsen te realiseren in ruil voor uitstel van de huisvestingstaakstelling. Katwijk ging niet op dat aanbod in. Volgens het CDA had onderzocht moeten worden of daarmee een gunstiger resultaat mogelijk was geweest. Daarnaast twijfelt Van Duijn aan de juridische zekerheid van de overeenkomsten.
Wethouder Max van Duijn weersprak de kritiek. Volgens hem zijn de afspraken gunstiger dan de verhouding die bij regionale onderhandelingen wordt gehanteerd. Bovendien ging het aanbod van het ministerie uitsluitend over uitstel, terwijl Lisse en Hillegom daadwerkelijk een deel van de taakstelling overnemen.
De wethouder benadrukte dat de afspraken juridisch afdwingbaar worden via het definitieve verdeelbesluit van het ministerie. Als Lisse of Hillegom de verplichtingen niet nakomt, ligt de verantwoordelijkheid volgens hem bij die gemeenten en niet bij Katwijk.
Provincie dreigt met ingrijpen
De discussie speelt tegen de achtergrond van een oplopende achterstand. Op 1 juli had Katwijk 48 statushouders gehuisvest, terwijl dat er inclusief de eerdere achterstand 84 hadden moeten zijn. Daarmee ontbraken 36 plaatsingen.
Volgens de meest recente cijfers moest Katwijk op 3 november nog 78 statushouders huisvesten om aan de verplichtingen tot 1 januari te voldoen.
De provincie heeft Katwijk daarom op trede vier van de interventieladder geplaatst. Dat betekent dat een juridische ingreep wordt voorbereid. Wanneer de gemeente onvoldoende vooruitgang boekt, kan de provincie zelf maatregelen nemen en de kosten bij Katwijk neerleggen.
Wethouder Van Duijn wees erop dat Katwijk al jarenlang asielzoekers opvangt. Het asielzoekerscentrum heeft een capaciteit van zeshonderd plaatsen. Volgens hem kijkt de provincie bij haar toezicht uitsluitend naar de huisvesting van statushouders, terwijl Katwijk ook andere opvangtaken uitvoert.
De achterstand is volgens de wethouder vooral ontstaan doordat de afgelopen jaren onvoldoende woningen zijn gebouwd en bouwprojecten vertraging opliepen.
Verdeeldheid over resultaat
René Slootweg van GemeenteBelangen begreep de kritiek van het CDA, maar zag ook voordelen. Iedere statushouder die elders wordt gehuisvest, vermindert volgens hem de druk op de Katwijkse woningmarkt.
De ChristenUnie steunde de afspraken eveneens. Samantha Haasnoot noemde de uitruil een tussenoplossing zolang Katwijk onvoldoende ruimte heeft om zelf aan alle huisvestingsverplichtingen te voldoen.
Ook KiesKatwijk en de SGP wezen op de opvang die Katwijk al jarenlang verzorgt. Nathalie Schrijvers van KiesKatwijk stelde daarnaast vragen over de informatievoorziening aan de gemeenteraad.
Vanuit DURF werd benadrukt dat de woningnood onder Katwijkse inwoners niet verder mag oplopen. De partij vindt dat het Rijk en de provincie meer moeten doen om woningbouw mogelijk te maken, onder meer door procedures te versnellen en bedrijventerreinen om te vormen tot woningbouwlocaties.













