Zij typeert zichzelf als iemand die zich ergens in vastbijt en niet gauw loslaat. Daarnaast gaat zij, vanuit haar geloofsovertuiging, sociaal bewogen te werk.

Tekst: Cor de Mooy. Foto en video: Marc Wonnink

Atie Kuijt-van den Oever (67) begon in 1996 als raadslid, toen nog voor de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Zij trad toen aan als het eerste vrouwelijke raadslid in Katwijk voor die partij. ‘Ik was toen al politiek bewust. Mijn man sloot zich aan bij de RPF en we werden betrokken. Toen heb ik stap voor stap het politieke werk opgepakt, omdat ik toch midden in de samenleving sta. Midden in de samenleving hoor je wat er speelt. Dan heb je in ieder geval een kleine kans, als je in de politiek zit, om er wat mee te doen.’

In oktober werd zij tijdens een raadsvergadering door burgemeester Cornelis Visser in het zonnetje gezet voor een kwart eeuw raadswerk. ‘Het was een boeiende tijd, maar ook een tijd waarin heel veel veranderd is’, concludeert Atie, terugblikkend op 25 jaar raadslidmaatschap. ‘De stijl van vergaderen is ook heel sterk veranderd. Een stijl die ik niet als prettig ervaar. Voorheen behandelde je een onderwerp, daar beet je je in vast. Dan nam je een besluit en dan was het klaar.’

‘Nu, maar dat is misschien vooral mijn gevoel, praat je zo veel dat je niet meer aan besluitvorming toe komt. Vroeger ging het er ook wel pittig er aan toe, maar er was ook humor bij. Ik heb het idee dat de mensen die de politiek volgen op het laatst niet weten waar ze het over hebben. Er wordt zoveel gepraat dat je je afvraagt ‘mensen, snappen jullie nog wel waar het over gaat’. Daarmee zeg ik niet dat mensen dom zijn. Maar, als een onderwerp mensen raakt, dan moet het wel een beetje to-the-point blijven.’

Sociaal
Sociale bewogenheid is de leidraad voor Atie in haar raadswerk. Met een HBS-diploma en een diploma van Schoevers op zak koos zij aanvankelijk toch een heel andere richting. ‘Je gaat naar de middelbare school en, dat is best wel Katwijks, daarna ga je maar werken. Dan maak je een keuze. Niet voor dat sociale.’

Het sociale aspect kwam om de hoek toen zij werd gevraagd als secretaris voor de Nederlandse Patiënten Vereniging. ‘Dan ben je met onderwerpen bezig die buiten de administratieve kant valt. Dat is veel mooier. Het is gewoon mooi om met mensen te werken.’ Zij nam plaats in schoolbesturen, werkte voor Kocon en in het Inloophuis van De Brug. En ze zat in het bestuur van zorgorganisatie DSV. En bij de maandelijkse Buurtsoep bij de Pniëlkerk staat zij soep op te scheppen.

Wat zijn de onderwerpen die je echt aan het hart gaan? ‘Vooral onderwerpen die dichtbij mensen zijn. Wat doe je voor je omgeving? Wat doe je voor je bevolking. Je bent gewoon gekozen als volksvertegenwoordiger. Daar ga je voor. Natuurlijk is het superbelangrijk dat je het college controleert, maar het is wel èn èn. Ik vertegenwoordig niet alleen mijn eigen achterban, maar ik vertegenwoordig ook gewoon Katwijkers. Als die met een onderwerp bij je aankomen, dan ga je daarvoor.’

Als voorbeeld noemt zij de vestiging van De Schuit in de Voorstraat. ‘Dat had best veel impact. Het jeugdwerk was al niet meer, zoals het vroeger was. Daar maakten mensen zich dan zorgen over: ‘wat gaat er in ons straatje gebeuren’. Dat was wel voor mensen in hun omgeving een belangrijk punt. Dat zijn wel onderwerpen waar ik me voor ingezet heb. Ook als je kijkt naar verslavingszorg, ook als je kijkt naar beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Gewoon dat wat goed is voor de Katwijkse burger. Dat heeft mijn hart in ieder geval.’

Je werkt dus uit een sociaal bewogen instelling? ‘Ja, maar dat kan soms ook superzakelijk zijn. Maar wat mensen raakt, daar ga je eigenlijk ook voor. Daarvoor ben ik ook gekozen. Dat merk ik ook wel in gesprekken met mensen. Ik bracht dingen in de fractie. En dan keek je wat je ermee kon doen. Kon je er niks mee, dan meldde je dat ook. Dat accepteerden ze dan ook. Op die manier heb ik geprobeerd mijn raadswerk te doen. En dat vond ik eigenlijk ook het mooiste.’

‘Raadswerk zit altijd in je hoofd. Je bent altijd aan het werk.’
Zo’n lange raadsperiode, trekt die wissels op je leven en je gezin? ‘Ja, op de een of andere manier kon ik het gewoon wel aan. Maar mijn thuisfront is supergoed, hè. Hoewel, mijn kinderen zeiden wel “O nee hè! Weer politiek. Laten we nu eens even gewoon praten”’.

Hoeveel tijd stopte je in je raadswerk? ‘Dat was verschillend. Ik ben iemand die zich ergens in vastbijt. Als ik denk: “hier moet ik iets mee”, dan ga ik er helemaal voor. Ik onderzoek de kwestie, zodat ik een, voor mij, goed standpunt kan bepalen. En dan kost het heel veel tijd, ja.’

Op de vraag of ze dat met hart en ziel deed is het breed lachende antwoord duidelijk: ‘Ja, dat heb ik heel lang met hart en ziel gedaan. Ik doe het nog, maar ik merk wel, nu ik aan het afbouwen ben, dat ik me alleen nog maar in mijn eigen onderwerpen verdiep’. Die onderwerpen hebben betrekking op onderwijs en alles wat zich in het sociale domein afspeelt, jeugdzorg, WMO, die trant.’ Ook andere onderwerpen schuwt ze niet, maar ‘soms zijn er andere onderwerpen waar ik echt niets mee kan en dat weten ze’,

Over haar drijfveer is ze volkomen openhartig. ‘Ik ben er van overtuigd dat mijn geloof in God hiertoe bracht. Er zijn voor de ander. Dat wil helemaal niet zeggen dat iemand die niet gelooft dat niet heeft. Ik merk wel dat dat mijn innerlijke drive is.

Zakelijk
Het werken in de fractie is per bezetting verschillend. ‘We hebben periodes gehad dat het gewoon echt gezellig was. Ik weet bijvoorbeeld nog wel uit de tijd van Hans ten Hove. Hans had ontzettend veel humor. Dat zegt veel mensen waarschijnlijk niets. Maar we konden in de fractie heerlijk lachen en dat was best wel ontspannend.’

‘Maar ja, nu lachen we gewoon minder. Dat is op zich wel jammer maar dat heeft misschien ook wel te maken met deze tijd. We moeten allemaal gewoon ons werk doen. Natuurlijk weten we allemaal binnen de fractie wat er bij ons leeft. Dat is natuurlijk heel belangrijk. Maar het is gewoon een heel zakelijke tijd. Ook in het raadswerk komt dat wel naar voren. Ook in onze fractie. Natuurlijk heb je oog voor elkaar maar het is maar een heel klein stukje. Verder ga je maar aan het werk.’

Minder sociaal maar wel productiever? Aarzelend: ‘Ja, dat kun je wel stellen, zo. Het sociale zit er nog wel in, hoor. Maar voorheen sprak je elkaar wat meer buiten de vergaderingen, maar dat gevoel hebben we niet meer. Maar dat kan ook door corona komen. Iedereen houdt meer afstand, dus tja…’

Als je door het dorp loopt, wordt dan je aandacht gevraagd voor kwesties? ‘Nou dat gebeurt heel vaak. Mijn man en ik wandelen graag. Als we het dorp in gaan dan voel je vaak al van “deze wandeling gaat langer duren want we hebben weer een gesprek”. Dat gebeurt heel vaak maar dat vind ik ook leuk, hè. Dat is wat mensen dichterbij elkaar brengt. Als ze een vraag aan mij stellen dan ga je daar op in. Dat maakt je volksvertegenwoordiger. Dat is juist het leuke ervan. Soms kan ik er ook echt wat mee. Soms is het ook een kleine moeite om naar de gemeente te stappen en aan te geven wat er speelt. Het gebeurt ook dat mensen het al lang aangegeven hebben maar geen gehoor krijgen. Ik ben ervan overtuigd dat je als raadslid gekend moet zijn in de gemeente waar je werkt en in Katwijk kan dat nog. We zijn heus niet zo vreselijk groot. Als je niet in de samenleving bezig bent als raadslid dan krijg je ook minder contacten. Ik heb heel veel dingen als vrijwilliger gedaan waardoor je heel veel input krijgt wat je kunt gebruiken voor je dorp. En of het lukt… Maar als mensen eerlijk antwoord krijgen, dan aanvaarden ze dat ook.’

Goed geweest
Het raadslidmaatschap is onder je huid gaan zitten en dan is het opeens voorbij. Hoe kijk je dat tegemoet? ‘Eerlijk gezegd kijk ik daar een beetje naar uit. Weet je, ik ben nu 67 en ik heb heel veel gedaan als raadslid. Wat je merkt is da je dan altijd bezig bent. Het is niet zo dat je kunt zeggen: “het is vijf uur. Ik ga naar huis. Ik ben klaar”. Je bent altijd aan het werk. Als ik met mijn man in het dorp loop dan zegt hij dat ik weer aan het werk ben. Het zit altijd in je hoofd.’

‘Ik ben altijd gezond geweest en gelukkig nog steeds. Ik heb altijd de energie gehad om het te doen, maar ik wil mijn hoofd leeg hebben. Ik doe de dingen grondig. Zo steek ik een beetje in elkaar. Dat kost heel veel energie. Op een bepaalde leeftijd mag je zeggen dat het goed is geweest.’

Gaat je het je lukken om het los te laten? ‘Ja zeker, dat gaat me lukken’, zegt zij stellig. ‘Ik heb dat ook gemerkt toen ik bij De Brug zat. Dertien jaar zat ik elke dinsdag daar. Dat is dan toch een heel stuk van je leven. Ik kan dan toch de knop omzetten. Oké, daar ben ik geweest. Dat is klaar nu. Ik hou wel verbondenheid met de partijen in de gemeente maar dat is niet meer mijn ding. Ik doe dat straks ook met raadswerk. Daar ben ik van overtuigd. Ik heb me ingezet en dat was goed. Er waren ook dingen fout gegaan en dat mag ook. Maar ik ben blij dat ik straks klaar ben. Op een gegeven moment moet je ook als oudere durven zeggen tegen de jongere garde “neem het maar over. Ik ben klaar”.’

‘Ik kies bewust voor gewoon een halfjaar niks. Er was al iemand die me vroeg “wil je erover nadenken iets bij ons te komen doen”. Toen heb ik gezegd: “kom over een halfjaar na de verkiezingen maar terug en dan spreken we elkaar wel”. Ik denk niet dat ik iemand die gewoon thuis gaat zitten. Er komt gewoon wel wat op je pad. Ik wacht gewoon af. Er blijven altijd dingen te doen in de samenleving. Zo lang ik gezond ben ga ik daar gewoon mee aan de slag. Ik laat het gewoon over me heen komen’

Leertraject
Wat neem je mee van 25 jaar raadslidmaatschap? ‘In die jaren heb ik heel er veel geleerd. Ik kreeg een veel bredere blik op mensen maar ook op wat er gebeurt. ik denk dat het voor mij ook een heel mooi leertraject is geweest. Ik kan aan de andere kant niet zeggen dat er erg veel bijzondere dingen uitspringen.

Met welk gevoel laat je het achter je? ‘Ik heb mijn best gedaan het goede te zoeken; het goede te doen. Met vallen en opstaan. Ik heb geen rancune over onderwerpen die niet gelukt zijn.’

Hoe heeft je raadstijd je veranderd? ‘O, hier moet ik wel even over nadenken. Ik ben flexibeler geworden. Ook heb ik een bredere blik gekregen op de dingen, dat je wat genuanceerder over dingen kunt praten. Niet altijd makkelijk voor mij, maar dat heb ik wel meer geleerd.

Voor aanstormend politiek talent heeft ze een goede raad: ‘Blijf vooral heel dichtbij jezelf. Dan kom je verhaal in ieder geval binnen bij mensen. Daar heb ik zeker in de laatste jaren ook meer gebruik van gemaakt,’

Atie verwacht zeker raad te weten met al die vrije tijd die eraan komt. ‘We gaan in ieder geval met de caravan weg. We hoeven geen rekening meer te houden met raads- en fractievergaderingen.’ Zij en haar echtgenoot Arend kijken uit naar de vrijheid die in het verschiet ligt.

Comments

comments

DELEN