De gemeenteraad buigt zich donderdag 18 juni over een voorlopig positief bindend advies voor de komst van de Amerikaanse farmaceut Eli Lilly naar Valkenburg. Achter de miljardeninvestering en honderden beloofde banen schuilt een groeiende discussie over veiligheid, verkeer, milieueffecten en de vraag hoeveel invloed inwoners nog hebben op het proces.
De komst van Eli Lilly naar de Zijlhoek-De Woerd, langs het Valkenburgse Meer naast woongebied Valkenhorst, geldt voor voorstanders als een economische impuls van formaat. De Amerikaanse farmaceut wil een grootschalige productielocatie bouwen met laboratoria, productiehallen, logistieke voorzieningen en kantoren. Volgens wethouder Gerard Mostert gaat het om ongeveer vijfhonderd arbeidsplaatsen en een investering van circa drie miljard dollar.
Tegelijkertijd groeit de maatschappelijke en politieke spanning rond het project. Uit stukken van het college blijkt dat meerdere onderdelen van de vergunningaanvraag nog niet volledig akkoord zijn bevonden. Het gaat onder meer om geluid, geur, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering en huisvestingskwaliteit. Op verschillende punten ontbreken nog gegevens of moeten onderzoeken verder worden aangescherpt.
Zorgen over veiligheid rond Valkenburgse Meer
Tijdens de commissievergadering van woensdag 21 mei spraken meerdere insprekers hun zorgen uit over de impact van de fabriek op de omgeving.
Nienke Lammers van windsurfvereniging S.W.V. Plankenkoorts vreest dat het gebouw wind wegneemt van het Valkenburgse Meer. ‘Daar gaan we schade van ondervinden. Minder klanten. We vragen om onafhankelijk onderzoek naar de wind en eventueel een aanpassing van het ontwerp.’
Ook René le Clercq van Stoomtrein Katwijk-Leiden uitte zorgen. Hij verwees naar eerdere problemen rond de oevers van het Valkenburgse Meer en waarschuwde voor trillingen door heiwerkzaamheden. Volgens hem moet onderzocht worden of boren in plaats van heien mogelijk is.
Daarnaast leeft onrust onder inwoners van Valkenburg. Inwoonster Van Duivenbode sprak over een ‘megaproject’ met grote gevolgen voor de leefomgeving. Zij stelde vragen over chemische incidenten, medicijnresten, toezicht, verkeersdrukte en woningbouw. Ook vroeg zij zich af of de infrastructuurkosten uiteindelijk bij inwoners terechtkomen.
Raad krijgt eerder invloed in proces
Wethouder Mostert erkende dat niet alle zorgen weggenomen kunnen worden. Volgens hem probeert de gemeente het proces juist zorgvuldiger te maken door de besluitvorming in delen op te knippen.
‘In een normale procedure had de raad pas helemaal aan het einde een oordeel gegeven. Nu vragen we eerder om een voorlopig bindend advies en laten we een second opinion uitvoeren’, aldus Mostert.
De second opinion moet alle onderzoeken en beoordelingen opnieuw controleren. De gemeenteraad krijgt daarbij de mogelijkheid om aanvullende vragen mee te geven aan het externe bureau.
Mostert benadrukte dat zonder duidelijke afspraken met het Rijk over verkeersmaatregelen geen positief besluit verwacht hoeft te worden. Vooral de verkeerssituatie rond de Molentuinweg en de N206 speelt daarbij een belangrijke rol.
Omvang
De omvang van het project maakt de discussie breder dan alleen een vergunningstraject. De fabriek krijgt een oppervlakte van bijna 70.000 vierkante meter. Daarvoor zijn tientallen onderzoeken uitgevoerd naar onder meer verkeer, externe veiligheid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en waterveiligheid. Raadsleden, waarbij het raadswerk een bijbaan is, moeten zich door duizenden pagina’s onderzoeken en rapporten worstelen.
Tegenstanders vragen zich af of een grootschalige farmaceutische fabriek past naast een recreatiegebied en nieuwe woonwijken. Voorstanders wijzen juist op hoogwaardige werkgelegenheid en internationale uitstraling voor de regio.
Een gelopen race is het nog niet. De gemeenteraad lijkt nog wel invloed te hebben. Als de vergunning bijvoorbeeld niet goed onderbouwd wordt, kan de raad besluiten om het project tegen te houden.
Op 3 juni is er in Valkenburg een informatiebijeenkomst in het Dorpshuis. De bijeenkomst is van 19.00 tot 21.00 uur.



















