De sluiting van de Sjaloomschool heeft donderdag geleid tot een stevig debat in de politiek. Vooral CDA en PvdA zetten vraagtekens bij de manier waarop de gemeenteraad is geïnformeerd. Volgens hen waren er al maanden signalen dat de school in de problemen zat, terwijl de raad pas werd ingelicht toen het besluit tot sluiting vrijwel vaststond.

Tijmen de Vries (PvdA) sprak van een proces dat ‘rauw op het dak’ van ouders en kinderen viel. Volgens hem had de gemeente eerder moeten weten dat de school kwetsbaar was en moet worden voorkomen dat de raad opnieuw voor een voldongen feit komt te staan.

Het CDA ging nog een stap verder. Jacco van Duijn herinnerde de wethouder eraan dat de raad eerder had afgesproken geïnformeerd te worden als de school in de problemen zou komen. Volgens hem waren er al in 2025 gesprekken tussen de gemeente en schoolbestuur Prohles.

Advertentie

‘Waarom bent u toen niet naar de raad gekomen?’, vroeg Van Duijn.

Knape: wij waren zelf ook verrast
Wethouder Jacco Knape bestreed dat de gemeente informatie heeft achtergehouden. Volgens hem lag er lange tijd geen besluit op tafel en zette Prohles juist alles op alles om de school open te houden. ‘Ik was zelf ook verrast’, zei Knape.

Volgens de wethouder ontstond pas een nieuwe situatie toen uit onderzoek bleek dat naast verduurzaming ook omvangrijk onderhoud noodzakelijk was. Op dat moment moest het schoolbestuur volgens hem de afweging maken of verdere investeringen nog verantwoord waren.

Botsing over verantwoordelijkheid
Het scherpste moment van het debat volgde toen Van Duijn stelde dat de wethouder een verkeerde afweging heeft gemaakt door de raad niet eerder mee te nemen in de ontwikkelingen.

Volgens het CDA had de gemeente moeten melden dat de kosten voor het gebouw veel hoger uitvielen dan verwacht en dat een onderzoek naar de toekomst van de school liep.

Knape bleef bij zijn standpunt. De toekomst van de school was volgens hem een verantwoordelijkheid van Prohles en er lag op dat moment nog geen besluit waarover de raad geïnformeerd kon worden.

‘Ik zou niet naar uw raad gaan met een krediet voor een school die niet levensvatbaar is’, aldus de wethouder.

Van Duijn hield vol dat ook de maatschappelijke functie van de school voor de wijk meegewogen had moeten worden. Daarmee bleef het verschil van inzicht tussen vooral het CDA en college overeind. Het debat kon ook niet helemaal goed afgerond worden, omdat de tijd op was.